juli 2008

ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      

Prikbord

  • Counter
  • Counter
  • (advertentie)

Laatst bijgewerkte weblogs

Nuttige links

donderdag 3 juli 2008

De teloorgang van Geert Wilders

Het is 2012. Geert Wilders zit nog altijd met vijf man in de Tweede Kamer,. Maar veel tijd om de debatten bij te wonen hebben die vijf niet.

Ga maar even na: Na zijn opleiding tot regisseur/producent is Geert vrijwel dagelijks bezig met zijn productiemaatschappij Fitna Productions. Hij heeft net een huis gekocht naast Reinout Oerlemans in Los Angeles. Zijn geluids- en cameraman zijn ook Kamerlid, evenals de scenarioschrijver en het meisje van de catering. Want het is aanpoten geblazen. Na de zomer van 2008 is de frequentie waarmee Fitnafilms verschenen groter geworden en nu zendt de eigen commerciële tv-zender van Geert de dagelijks soap ‘Fitna’ van een half uur uit. Ook is de drie uur durende avondvullende film ‘Fitna the Movie’ in een ver gevorderd stadium van voorbereiding.

Nadat Wilders in 2008 feitelijk een teleurstellende ervaring had, namelijk dat hij niet vervolgd werd voor de eerste Fitna-productie, was er maar één uitweg: een volgende Fitnafilm, waarmee je de natie en de wereld weer gedurende een klein half jaar in angstige spanning zou kunnen houden.

Dat bleek niet helemaal te kloppen. Toen ook de Jordaanse justitie besloot dat Fitna toch niet de arrestatie en onthoofding van Geert Wilders zou rechtvaardigen – scalperen is nog overwogen, dat dan weer wel – was de nieuwe angstgolf  al na twee maanden voorbij, mede omdat in die tijd Nederland werd getroffen die drie hittegolven en door Frans Bauer. In de peilingen ging de PVV moeizaam een zeteltje vooruit, maar verloor dat ook weer gauw.

Een tijdlang probeerde Geert het met de gratis ‘glossy’ genaamd Fitna, met alleen maar mooie kleurenfoto’s van moskeeën op Nederlandse industrieterreinen, en uiteraard van zwaar gesluierde gestalten die volgens Wilders ‘vrouwen’ moesten voorstellen. Maar het was een dure grap. En de peilingen leken nergens op.

De PVV greep in de jaren die volgden terug op het oude concept, dat neerkwam op ‘niet geschoten is zeker gemist’, en pakte de oude filmtraditie weer op. Langzaam werd het een beetje een reflex, maar tot echte glorieuze cijfers leidde het niet. En die verdomde moslims weigerden spectaculaire aanslagen te plegen, zeker in Nederland, want daar was het natuurlijk allemaal om begonnen.

Van dat huis in Los Angeles, en die dagelijkse soap, daar droomt Geert alleen maar van, want dat hele gedoe brengt niet alleen geen spanning, maar ook geen rooie cent op. Zijn haar is van goudblond asgrauw geworden, mensen op straat jodelen hem na: wanneer komt Fitna nummertje drie miljoen uit?

Geert was nog blij verrast met die vijf zetels.

Hij droomt nu van een eigen Lingo, genaamd Fingo, met maar twee zesletterwoorden: moskee en moslim. Voor de slimmere PVV-stemmers.

woensdag 2 juli 2008

De NS is niet goed voor je gemoedsrust

Vandaag weer eens met de trein – een van de laatste keren want ik heb het voordeelabonnement niet verlengd. Te veel vrije reizen in het afgelopen seizoen niet benut, daar komt het ongeveer op neer.

Toch is er sprake van enige weemoed. Ik kan bijvoorbeeld intens genieten van de geluidssystemen in NS-treinen, die maar twee standen kennen: je hoort alleen een licht gekraak en hol, kosmisch gefluister, of je schrikt je hartstikke kapot van de stem die je toebrult: ‘Reizigers voor Maarheeze en Geldrop, alsmede Stompetoren, dienen hier over te stappen’.

‘Alsmede’ en ‘dienen’. Het is natuurlijk goed dat archaïsch taalgebruik in ere wordt gehouden. Hoeveel reizigers verlangen stiekem naar ondertiteling in het Nederlands, zodat ze begrijpen wat hier ter sprake wordt gebracht? ‘Dienen’ wordt hier bovendien vooral gebruikt om het woord ‘moeten’ (‘moeten is dwang en huilen is kindergezang’, placht mijn moeder te stellen) te vermijden. Dat zou inderdaad als dwang uitgelegd kunnen worden en de NS wordt toch al verweten niet erg hoffelijk te zijn.

‘Alsmede’ is zelfs voor geletterden van duistere afkomst. ‘En’ is trouwens een duidelijk synoniem.

Tussendoor komt nog het meisje of de jongen met de koffierugzak door het gangpad zeulen – ik heb die al eens eerder aan een kritisch onderzoek mogen onderwerpen. Heerlijk vind ik de kennelijke allochtonen die de stoelen in de eerste klasse van de meeste treinen comfortabeler vinden dan die in de veewagens, en wie dus even later, na enig aandringen door de conducteur, hun plaats gewezen wordt.

Wat ik ook al zal missen: ‘Wij naderen station Heerlen.’ Veel overbodiger mededelingen ken ik niet. Toen de trein uit Utrecht vertrok hebben we namelijk nauwelijks iets anders gedaan dan het naderen van station Heerlen. De conducteur bedoelt ‘We komen nu wel heel dicht bij Heerlen’, maar het hoofdkantoor heeft al vaker de wenkbrauwen gefronst over informeel taalgebruik in de trein, en dus houden ze zich aan de oude tekst.

02072008ns Meestal volgt achter deze overbodige mededeling nog iets raadselachtigs. ‘Heerlen is tevens eindbestemming van deze trein. Denkt u bij het uitstappen aan uw eigendommen.’ Welke eigendommen? Een huis, drie auto’s, een hogedrukspuit, zeker vier bezems, het scherpschuttersdiploma van mijn vader – waarom zeggen ze niet waarom ze zoiets raars te berde brengen?

Het zou natuurlijk kunnen zijn dat de bedoeling is: ‘Neem bij het uitstappen je hele rotzooi mee, ja!’ Maar dan ontstaat een nieuw raadsel. Waarom zeggen ze dat alleen bij ‘het naderen’ van het eindpunt van de trein? Als je onderweg uitstapt moet je toch óók alles meenemen? Sterker nog: als je op het eindpunt iets laat liggen, heb je gelegenheid nog even terug te rennen, die trein is op de EINDbestemming, die gaat zo gauw niet meer weg.

Dat doet me denken aan nog een raadselachtige mededeling: ‘Na een korte stop zal deze trein doorrijden naar…’ Vrijwel alle stops van de NS zijn kort. Maar ze noemen het verschijnsel alleen als ze wat langer langs het perron blijven staan. ‘Een korte stop’ is een lange stop, dus.

Nee, als het gaat om behoud van lijf en zinnen is het toch verstandig zo weinig mogelijk met de trein te reizen. Je word er alleen maar tureluurs van.

________________

Met dank aan Gummbah, wiens cartoon in de Volkskrant van gisteren mede inspiratiebron voor dit stukje was.

dinsdag 1 juli 2008

Mijn eigen asielzoeker

Gisteren M. weer eens gezien. Hij is trouwens veel op straat, maar meestal zie ik hem vanuit de auto bij de bushalte staan, of rijd hij me voorbij op zijn aftandse brommertje.

Nu stond hij op een voor ons beiden historische plek: de pinautomaat in het winkelcentrum.

M. was in 2001 net met vrouw en drie kinderen gevlucht uit Soedan, waar hij, zo stelde ik mij voor, in een dorp in de halfwoestijn een tevreden leven als koedrijver had geleid en ’s avonds thuis kwam in de lemen hut waar zijn vrouw net klaar was met het toebereiden van een smakelijke maaltijd – dat kon ze, want ik had al wel eens een hapje meegegeten. Tot zijn dorp half werd uitgemoord, natuurlijk. ‘Very bad,’ zei M.

Hij woonde nu tweehoog in een flatje, en hij keek de hele dag Dubai tv. Dat kon hij tenminste verstaan. Voor de rest sprak hij elf woorden Engels, ongeveer. Waar hij die in dat huttendorp vandaan had gehaald, dat kon hij me niet duidelijk maken. En ook niet hoe hij de reis van Soedan naar Nederland had gefinancierd. Hij kon me wel vertellen dat het tienduizend dollar had gekost.

Hij kreeg dus die uitkering op de girorekening die ik voor hem had aangevraagd, en toen ik me weer eens bij hem meldde liet hij me het pinpasje zien. Wat moest hij daarmee? Ik zette al mijn didactische kwaliteiten in om uit te leggen wat een girorekening eigenlijk was. En ik lokte hem mee de auto in, waarmee we naar het winkelcentrum reden.

Samen voor de pinautomaat kregen we met vereende krachten de eerste vijftig gulden uit de gleuf, en daarna kon hij het blijkbaar zelf, hij heeft me nooit iets gevraagd, maar hij leerde blijkbaar snel.

Intussen dacht ik na over zijn toekomst. Zou ik werk voor hem kunnen vinden? De geitenboerderij in het dorp, was dat iets? Maar hij trok er niet aan, misschien begreep hij ook echt niet wat ik bedoelde. Door elf woorden Engels ben je gauw heen.

Gisteren zag ik hem dus weer eens, bij de pinautomaat. Zijn Nederlands was nog altijd niet geweldig, maar hij was te volgen, laat ik het zo zeggen. Vrouw goed, kinderen ook goed: het oudste meisje, een honingkleurige schoonheid die nu een jaar of zestien moest zijn, ging naar 2 vwo, de andere kinderen ook goed. En M. zelf, al een beetje aan het werk? De verontschuldigende glimlach kende ik nog van zes jaar geleden. Hij had geprobeerd heftruckchauffeur te worden, maar nee, hij werkte niet. Jouw vrouw goed? Vroeg hij, om eens een ander onderwerp aan te snijden.

Ik moest eens langs komen in zijn nieuwe woning op de begane grond. Zou een goed idee zijn: kon ik eens zien of M. inderdaad zo goed was ingeburgerd als ik veronderstelde.

maandag 30 juni 2008

Neem nog een lekker sigaretje!

Geen beter middel om je iets te herinneren dan geur. Een heel enkele keer ruik ik een sliert rook van een sigaret die me dan ineens terug plaatst naar de achterbank van de Opel Olympia, bouwjaar 1947, van mijn vader. We waren met zijn vijven in dat karretje – een cabriolet waarvan de kap niet open mocht omdat je altijd het risico liep dat hij niet meer dicht wilde – onderweg naar Italië en mijn ouders zaten voorin een eind weg te paffen. Die geur – als ik hem heel soms nog wel eens ruik, ben ik weer op weg voor dat grote avontuur tijdens de bouwvakvakantie.

Het moet wel een heel bepaald merk sigaret zijn geweest, want sindsdien associeer ik ‘roken’ vrijwel altijd met vieze dingen. Een vies oud kereltje met een nat gesabbeld sigarenpeukje tussen de bruin uitgeslagen lippen; armoedige zwerverstypes met die wolk van verschaalde rook om zich heen die ze zelf helemaal niet opmerken; mensen die aan één stuk door, het sjekzakkie hangend aan de beide pinken, 30062008asbak geheel gedachtenloos sjekkies staan te pielen; geheel of gedeeltelijk met peuken gevulde asbakken. En het allerergste: geheel of gedeeltelijk gevulde asbakken die in de regen hebben gestaan.

Ook vriendinnen die naar ouwe sigaretten smaakten. Lange tijd maakte ik voor hen een uitzondering. Want honger maakt rauwe bonen zoet.

In oude Amerikaanse films werd druk gepaft. Vooral als er journalisten in optraden. Op de redacties waar ik ooit werkte zag ik jarenlang iedereen uitsluitend via een rookgordijn. Een van die collega’s had altijd een sigaar midden in de mond; de sigaar wipte heen en weer met de emoties die de collega aan zijn papier toevertrouwde, waardoor de voorkant van zijn (vaak lichtgekleurde) jasjes een met asgruis bedekte kleur bruin ontwikkelde. Andere collega’s maakten een vaste grap: ze zouden hun auto inruilen als de asbak vol was. Maar zo gauw had je niet voldoende geld voor een nieuwe rijdende asbak, natuurlijk. En dus moest eerst de auto zelf helemaal vol met peuken en lege doosjes.

Het schijnt dat dat type journalist nog altijd de boventoon voert, getuige de ophef die de laatste dagen in de kranten en op de tv is gemaakt over het rookverbod in de horeca dat morgen ingaat.

Dat is op zich een gebeurtenis van niks, natuurlijk. Wie wil roken kan dat nog altijd onbekommerd doen – het verschijnsel rookcafé is in de maak en de buitenlucht is nog altijd de allergrootste ruimte ter wereld waar (nog) geen rookverbod geldt.

Van de rokende journalisten die ik gekend heb, zijn de meeste voor hun zestigste overleden aan longkanker, of leven nog met een ernstig geval van emfyseem.

Inderdaad, een mens is baas over zijn eigen lichaam. Gelukkig steeds minder over dat van anderen. Leve de eerste juli 2008!

zondag 29 juni 2008

Goed nieuws van ‘Weer of geen weer’

Dat hadden we echt nodig, in sombere tijden waarin honderdduizenden kometen en ander kosmisch puin zich gereedmaken zich op spectaculaire wijze op aarde te storten, waarin de benzine en de diesel alleen maar duurder worden, het bedrijfsleven juichend het ene succes na het andere bekend maakt maar de consument somber een gat graaft in de tuin om er zijn laatste tien euro in te begraven.

Wat we echt nodig hadden was dat het Vara-programma Vroege Vogels het dertigjarig bestaan viert en je, terwijl je nog even het bed houdt, meedeelt dat, mede dankzij dat radioprogramma, de wereld er alleen maar op vooruit gegaan is. De Rijn is weer schoon, er zijn meer soorten planten en dieren in Nederland bij gekomen dan er zijn uitgestorven, Ivo de Wijs leeft nog, het ozongat is zo goed als dicht, de zure regen is een boze droom uit het verleden.

Als we nu nog in 1978 leefden, ja, dan had je reden tot somberheid, toen je nog een filmrolletje kon ontwikkelen in Rijnwater, toen de wouden stonden af te sterven onder regen die vrijwel geheel uit zwavelzuur bestond, toen zelfs de hardnekkigste diersoorten als honden en katten dreigden uit te sterven waardoor alleen meeuwen en kraaien zouden overblijven.

Maar nu is dat allemaal anders, iedereen is klimaatneutraal of wil dat worden, iedereen heeft al een elektrische auto of spaart er voor, paprikakassen in het Westland houden stroom over, nog even en er lopen weer wolven en lynxen door uw achtertuin. Het viel nog mee dat de eerste vrijwillig, en te voet, naar Nederland gekomen bruine beer niet triomfantelijk, met een oranje petje op,  werd binnengehaald op het zonovergoten terras van Schaep & Burgh, het hoofdkantoor van Natuurmonumenten. Waar wel een van de Greenpeacers van het eerste uur nostalgisch zat te vertellen hoe ze ooit op een rubberbootje haar leven waagde onder een regen van vaatjes kernafval dat zomaar in de Noordzee werd geflikkerd – maar dat ze nu tweehonderd man personeel had, en een arbo-regeling en een begroting moest indienen voor volgend jaar.

En, even voor de zekerheid: de milieuproblemen zijn absoluut niet opgelost, maar dat hadden jullie misschien ook uit andere bron wel vernomen. Ik noem de plannen voor het bouwen van kerncentrales – schijnt nodig te zijn, ondanks dat iedereen óf klimaatneutraal is of zelfs zo weinig gebruikt dat stroom teruggeleverd kan worden aan ‘het net’.

Waar ik zelf nog wel enige aandacht aan zou hebben besteed, als ik dat programma had mogen maken: aan de man die in de drieëntwintig jaar vóór 1978, vanaf 1955 dus, het eerste radioprogramma over het milieu maakte: Bert Garthoff. Zijn “Weer of geen weer’ was diezelfde combinatie van ‘natuur en milieu’ met barokmuziek als sindsdien Vroege Vogels is gebleven. Met medewerking van dr. Fop I. Brouwer, vrijmetselaar te Groningen, die zijn ‘column’ over kevertjes en padjes altijd eindigde met ‘alles dat groeit en bloeit, en ons altijd weer boeit’.

Brouwer en Garthoff zijn beide nog in de vorige eeuw overleden, in het besef dat het nog altijd de verkeerde kant op ging in Nederland. Gelukkig hebben hun opvolgers beter nieuws te melden. Denken ze. Voorlopig.

zaterdag 28 juni 2008

Een leven met laptops

28062008_asus_eee Collega G. is er al maanden mee bezig: de Asus EEE. Het is een mini-laptopje van ruim een kilo, het heeft zijn beperkingen – niet erg snel, weinig geheugen – maar daar staat een grote handzaamheid tegenover. Vanmorgen lees ik in mijn lijfblad – om precies te zijn: in het zaterdagse lijfstijlmagazine – een stukje over het ding alsof het om een gadget gaat met de status van een  iPhone. En misschien is dat ook wel zo. ‘Iedereen wil hem optillen en beroeren… Het is de aantrekkingskracht van een baby met alles erop en er aan.’

Het is met de notebooks en de laptops heel vreemd gegaan. In de jaren negentig had ik er al een, merk Toshiba. Het was echt een notebook. Het was alleen maar een tekstverwerker, natuurlijk. Het ding liep uren op een batterijlading, had een geheugen van 72K (Je kon er dus 72000 letters in tikken, dan was het geheugen vol) en ik heb er zelfs hele boeken op vertaald – als ik 72000 tekens getikt had, printte ik die uit, wiste alles en vertaalde verder.

Ik nam het ding ook mee op reportage; op de krant hadden ze al de mogelijkheid de artikelen uit het ding via de telefoon op te vangen. Ik moest dan eerst de computer op de krant aan de telefoon zien te krijgen – een doorlopende pieptoon was het signaal dat we konden beginnen. In een hotelkamer in Heidelberg bleek dat de doppen van het apparaat dat mijn gegevens in de telefoonhoorn moest piepen niet geluiddicht daar op aan te sluiten waren: de telefoonhoorn had geen ronde maar vierkante uiteinden. Dus als u in de buurt was geweest had u mij even later buiten in een halfopen telefooncel (voorzien van een hoorn met ronde uiteinden) in de stromende regen kunnen zien staan, bezig mijn stukje naar de krant te transporteren.

Ja ja, heel lang heb ik voorop gelopen in de technische vernieuwing.

Op de krant hadden ze tien Toshiba’s aangeschaft die door slechte administratie binnen enkele maanden allemaal waren gestolen. Die van mij verkocht ik toen hij me echt te traag werd. Hij had ruim vierduizend gulden gekost.

28062008psion Na een ongelukkige episode met een laptop waar ik liever over zwijg, kreeg ik in het jaar 2000 een Psion 7.

Hij heeft ongeveer het formaat en gewicht van een Asus EEE, het Symbian operating system werkt moeiteloos samen met Windows, hij heeft een kleurenscherm en 32 MB RAM, er is (was) veel software voor, waaronder een versie van Word, blijft zonder opladen minstens acht uur aan het werk: het ideale apparaat voor rondreizende journalisten. En geen hond die hem kocht, behalve ik dus. Ongelukkig was natuurlijk dat het apparaat Brits was en Britse apparaten hebben altijd eigenschappen die ook heel Brits zijn. Wel infrarood dus, maar geen USB, zelfs geen floppy- of CD-drive. Je kon er niettemin toch (traag) mee internetten, mailen en zelfs SMS-en ging prima.

Maar de producent kwam in de problemen en dan ben je je ‘backup’ kwijt. Overigens is tweedehands nog veel te krijgen, uiteraard in Engeland. Zie bijvoorbeeld http://www.psionex.co.uk/

Mar het werd dus niks met de Psion, in de journalistiek. Men prefereerde een laptop. Die steeds groter en zwaarder werden, je zag de stakkers in en uit hun kantoren lopen met die loeizware tas aan de schouder en ik dacht: mijn Psion past in mijn jaszak. Een wonder dat de ‘laptopschouder’ nog niet is uitgevonden.

En toen kwam de Asus EEE. Die heeft in ieder geval vóór op de Psion (die onder andere naam nog altijd bestaat) dat hij iets meer dan eentiende van diens prijs kost. En hij gaat een gewild gadget worden, daar ziet het wel naar uit. Alleen al om de geile kleurtjes waarin hij verkrijgbaar is.

De concurrentie komt er ook mee, lees ik.

Maar het blijft een raadsel: waarom de een wel en de ander niet.

____________

Op de foto: de Psion 7 'op schoot' bij een gewone laptop.

vrijdag 27 juni 2008

Een pieuze creationist aan het woord

Attente lezers van deze regelen – iedereen dus – zullen zich herinneren dat ik in november vorig jaar enige aandacht heb besteed aan het boek ‘The God Delusion’ van Richard Dawkins. Als dat onverhoopt niet het geval is: kijk dan even hier.

God is een illusie, ontstaan in het menselijk brein. Volgens Dawkins is religie eigenlijk een soort ziekte, maar zo ver hoef je niet eens te gaan. Kijk gewoon even naar de geschiedenis van de mensheid, desnoods alleen maar van de afgelopen vijftig jaar inclusief vandaag de dag: alle ellende wordt veroorzaakt door óf een gek die de macht grijpt, of door de georganiseerde godsdienst. Bij voorkeur door beide tegelijk.

Met name in fundamentalistisch godsdienstige hoek is al eerder geprobeerd dit ‘gevaarlijke’ boek onschadelijk te maken.

Als het om vuil spuiten tegen bestrijders van de godsdienst te doen is, kun je bij deze types terecht. In de boekenbijlage van de Volkskrant van vandaag schrijft een zekere Gert J. Peelen. Veel levert internet niet over hem op, maar wel wordt duidelijk dat dit een van die protestantse fundi’s is; hij was in de jaren negentig hoofdredacteur van het blad Wetenschap, Cultuur en Samenleving, dat gelieerd was aan de Vrije Universiteit en nogal gecharmeerd van het creationisme, dat de evolutietheorie afwijst.

Deze deskundige schrijft dus ook recensies in de Volkskrant.

Het stuk van Peelen in Cicero gaat over het boek ‘Darwins engel – Een repliek op ‘God als misvatting’, van de Britse schrijver John Cornwell. (Poepkatholiek en bekend om zijn standpunt dat paus Pius XII in WOII weinig ruimte had om iets te doen tegen de Jodenvervolging.)

Peelen gebruikt, om Richard Dawkins af te maken, een beproefde truc: zeg dat Hitler en Stalin er dezelfde opvattingen als Dawkins op na hielden en leun tevreden achterover. Intussen heeft Peelen ook goedkeurend geknikt bij de eigenaardige opmerking van Cornwell dat ‘atheïsme en wetenschap een gevaarlijke combinatie’ zouden zijn. Je zou eens ergens achter kunnen komen! Peelen ontkent impliciet dat godsdienst onvermijdelijk leidt tot onvrijheid, onderdrukking en terreur (hij heeft een punt: er zijn momenten in de geschiedenis geweest waarin een en ander níet aan de orde van de dag was) maar het atheïsme wel: onder Lenin en Stalin werden kerkgangers opgepakt en tienduizenden priesters geëxecuteerd.

Dat was natuurlijk niet mooi van Lenin en Stalin, maar is dat een bewijs voor het bestaan van god?

Dawkins geeft een grotesk vertekend beeld van wat religie is en wat geloven nu eigenlijk inhoudt, zegt Peelen, en dat doet Cornwell (en dus Peelen) twijfelen aan de oprechtheid van Dawkins’ bedoelingen. ‘Darwins engel is een must voor weldenkende mensen, die niet kritiekloos wensen in te haken bij het ‘modieuze, anti-religieuze koor der seculier ontstemden’, is Peelens slotalinea.

Eindelijk ben ik ergens ingedeeld, al vind ik mezelf absoluut niet ‘religieus ontstemd.’

Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen: ik heb bewondering voor de redactie van de Volkskrant, omdat ze blijkbaar recensenten van allerlei pluimage de ruimte geeft. Maar om nu een pieuze creationist de gelegenheid te geven een vrijwel onaantastbare autoriteit als Richard Dawkins te vergelijken met Lenin, Hitler en Stalin, dat gaat toch vrij ver. Het stuk van Peelen is wel een mooi voorbeeld van de arrogantie van de alwetendheid van degenen die dagelijks bellen met god. Het is alleen jammer dat bij zijn stukken niet wordt vermeld wat hij verder zoal in zijn schild voert.

donderdag 26 juni 2008

Een nichterige bibliotheek in Limba Bwe

Voetballen? Hè nee. De prijs van een nieuwe brandstofpomp voor de camper? Nou, ik wou het nog even gezellig houden tot na de lunch. De jaren-dertig-crisissfeer die zich ineens van iedereen meester maakt? Daar krijgen we nog voldoende gelegenheid voor.

Mugabe dan. De Zimbabwaanzinnige Hitler. Vanmorgen zag ik een foto van al die mooie, goed doorvoede zwarte mannen op de persconferentie van de al even weldoorvoede Morgan Tsvangirai en ik dacht: ik overzie het allemaal niet, al denk ik dat het land zou opknappen als die ouwe gek met die maffe jasjes eens van het toneel verdween. De naam van het land, die houden we er in, een van de mooiste ter wereld, mits correct uitgesproken. Probeer het zelf: Zimba Bwe.

En toch heb ik ook geen zin in dat stukje waar ik gisteren nog aan heb zitten sleutelen, over een oude trap die nergens meer heen leidt. Hoogstens kan ik zeggen dat het niet de trap is ‘just for fun’ uit Anatevka, want het is de trap die ik een kwart eeuw lang intensief benut heb. Komt later nog wel, misschien.

Zoals jullie bekend woon ik in Limburg, ook wel Limba Bwe genoemd (Je moet die b en die w samen trekken tot één klank, als een klein ‘kusje door de lucht’.)

27062008_rolduc B&W van de gemeente Kerkrade hebben samen met de raad besloten dat voortaan geen burgerlijke huwelijken meer worden gesloten in de beroemde rococo-bibliotheek van de Abdij Rolduc. Die bibliotheek valt in de praktijk trouwens zwaar tegen, hulde voor de fotografen die er nog iets moois van weten te bakken.

Waarom? Omdat de abdij stiekem, samen met het bisdom Roermond een ambtenaar van de gemeente zover hebben gekregen, dat er geen homo-huwelijken zouden worden gesloten in die rococo-toestand. Helemaal katholiek: het gaat natuurlijk om de centen, het gaat stiekem onder de tafel, het is pure uitstoting van mensen en het is zo reactionair zwart als maar mogelijk. Protestanten doen het tenminste openlijk, al is dat het enige lichtpuntje.

De hele Kerkraadse raad kwam er eindelijk achter, vindt het niks en haalt een streep door die bieb als trouwlocatie. Hier mag worden opgemerkt dat dat heel lang zou hebben gegolden als een heldendaad waartoe de raad van deze gemeente niet in staat kon worden geacht, en misschien is dat nog wel het geval.

Jammer dat er een klein vuiltje kleeft aan het besluit: de vijfentwintig bruidsparen – geen homo’s, neem ik aan – die dit jaar nog daar wilden trouwen, zullen dat toch mogen doen. ‘We willen ze niet de mooiste dag van hun leven afnemen,’ motiveert de raad het besluit.

Nou zeg. Je doet het of je doet het niet. Eens afwachten hoeveel bruidsparen zelf besluiten niet te willen trouwen in een tent waar de Middeleeuwen nog op volle toeren draaien. Geen, denk ik. Ze hebben de foto’s gezien van die bibliotheek. Een beetje nichterig, eigenlijk.

woensdag 25 juni 2008

Wetenschap is klinkklare onzin

Om de paar jaar duiken ze weer op: de middenstanders die voorstander zijn van het verlagen van de belasting op auto’s en de prijs van benzine – en het geld darvoor moet dan weggehaald worden bij onzinnige wetenschappen. Die het geld toch maar de ruimte in sturen of onder de grond stoppen.

Waar het de theologie betreft: akkoord. Dat is een wetenschap die over iets gaat dat aantoonbaar niet bestaat. Het schijnt dat er wel eens iets bruikbaars wordt geproduceerd aan de theologische faculteiten die Nederland kent, vaak zijn dat dingen die ook gewoon bij psychologie of sociologie zijn onder te brengen. Maar we zijn vandaag ruimhartig. Als de theologie zich verder beperkt tot fundamenteel onderzoek naar de vraag hoeveel engelen er op de punt van een naald kunnen en of de slang werkelijk heeft gesproken in het Aards Paradijs: be my guest. Hoewel dat natuurlijk ook onderwerpen zijn waarvoor een cursus op de volksuniversiteit (twaalf lessen met lichtbeelden) voldoende soelaas biedt.

Maar de middenstanders bedoelen natuurlijk de theologie niet, maar andere wetenschappen – daarin bijgestaan door populistische partijen – je gaat immers niet vrijwillig het risico lopen voor eeuwig te moeten branden in de hel. Daar komt bij dat de theologie weliswaar pas echt weggegooid geld is, maar het niet erg véél geld.

Nee, het gaat natuurlijk weer over kernfysica en astronomie. Waarom moeten we alles weten van zwarte gaten ver in het heelal? Waarom willen wij weten of er water is op Mars? Waarom zou je trouwens willen weten of er ergens, onmogelijk ver weg, leven is in het heelal? Wat moeten we met de resultaten van de proeven die gedaan gaan worden in de deeltjesversneller in de buurt van Genève, waar, in de terminologie van de middenstanders, miljarden in de grond zijn gestopt voor de hobby van een paar dorre geleerden?

Ja, dat zijn goede vragen. Ik zou natuurlijk kunnen aankomen met voorbeelden uit het verleden, waarbij investeringen in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek wel degelijk spectaculaire en direct bruikbare resultaten heeft opgeleverd. Ik noem een zeer bekend voorbeeld: astronomie, gekoppeld aan de ruimtevaart. Een leuke hobby van grote jongens, natuurlijk, maar de computer waarop ik dit stukje schrijf is er wel rechtstreeks uit voortgevloeid, evenals de mobiele telefoon en de flatscreen-tv met digitale ontvangst – en het internet als geheel.

De ruimtevaart exploreert intussen verder, heeft bijvoorbeeld resultaten opgeleverd op het gebied van klimaatonderzoek, de aard van allerlei soorten kosmische straling, de navigatie en natuurlijk Google Maps.

Van kernfysica weet ik niet zo veel. Maar het onderzoek in Genève en de astronomie doen minstens één ding: het scherpt de kennis en het verstand van onze slimste jongens en meisjes nog verder aan, waardoor ze zelf, of latere generaties, misschien in staat zullen zijn met verrassende oplossingen te komen voor allerlei problemen waar de mensheid mee te kampen heeft.

En misschien, heel misschien, kan dan die grotere auto worden aangeschaft die heel weinig brandstof gebruikt.

Tot die tijd moet die mooie Mercedes maar even wachten.

dinsdag 24 juni 2008

Een stille oorlog woedt in onze buurt

24062008tuin2 Onze buurt is in beginsel dertig jaar oud. Mooie tijd was dat: de grond was goedkoop en de kavels dus groot. Veel woningen hebben een grote tuin die meestal door de bewoners zelf is aangelegd en aangeplant. Vaak al voor de tweede of derde keer, want van degenen die er van het begin af aan woonden, zijn er nog maar een paar over.

Het is een vredige buurt; de bewoners groeten elkaar allemaal vriendelijk, een enkeling kent iedereen en gaat door het leven als een soort wandelend nieuwsblad.

Maar onder al die rust woedt een kleine oorlog. De Rijdende Rechter zou hier vrijwel huis aan huis werk hebben, als de bewoners niet voor een deel hun oorlogje zelf uitvochten of het er maar mokkend bij laten zitten.

Zoals ik zei: de tuinen zijn door de bewoners zelf aangelegd. Zonder dat ze veel verstand hadden van de flora. Dus zijn die schattige kleine conifeertjes, berkjes, treur- en rode beuken intussen uitgegroeid tot woudreuzen; en daar duikt meteen de eerste casus belli op. Veel van die knotsen van bomen werpen zelfs bij de hoogste zonnestand slagschaduwen over andere tuinen. In de winter zie je de zon soms 24062008tuin helemaal niet meer.

Een andere buurman vindt het maar zo zo dat mijn haagbeuk in de winter het blad verliest, zodat hij tegen mijn chaotische tuin aan moet kijken. Dus heeft hij jaren geleden een coniferenhaag plompverloren tegen die van mij aan gezet. Intussen is die haag agressief bezig mijn haagbeuk naar de verdommenis te helpen. En ik was eerst!

Weer andere bomen leveren het hele jaar door een assortiment spullen die naar beneden vallen: bloesems, zaden, bladeren. Een prunus staat al jaren te overlijden aan een paddenstoel en werpt in het voorjaar zijn blad al af, over mijn tuin.

In het gemeentelijk plantsoen naast mijn tuin staat allerlei rotzooi, die zijn brutale takken mijn tuin in steekt.

Maar ik stap niet naar de Rijdende Rechter. Nee, ik heb mijn eigen guerrillaleger. Het beste is het Eerste Bataljon Daslook. Tot ver buiten mijn tuin steken de naar knoflook riekende bladeren in het voorjaar de kop op, bloeien snel even en nog voor het juni is, strooien de plantjes miljoenen zaden om zich heen. Dan is er de Vijfde Kolonne: twee soorten bamboe, in mijn eigen tuin al lang uitgeroeid, hebben hun tenten opgeslagen in de omringende tuinen, en niet om gauw weer te vertrekken.

Zelfs onze vergeet-mij-nietjes, de boter- en de paardenbloemen, het zevenblad en niet te vergeten de klimplant Akebia strijden met wisselend succes tegen de opdringende legers van de buren. Menigeen heeft al een onneembaar bruggenhoofd op vijandelijk grondgebied. Zelfs onze kerstrozen hebben de smaak te pakken en duiken overal op.

Wie de oorlog gaat winnen, daar is nog weinig van te zeggen.

Maar ik heb het geniepigste leger. En de geschiedenis leert: dat wint het vaakst.

___________

De bovenste foto komt van maps.live.

maandag 23 juni 2008

Alweer een foto van het jaar

23062008basel Had ik dit jaar al een ‘foto van het jaar’ aangewezen? Zo ja, dan ruil ik die bij deze in, zo nee, dan is dit tot nader order de foto van het jaar. Hij siert vandaag de voorpagina van het Limburgs Dagblad. Hij is van LD-fotograaf Ermindo Armino, die al vaker prijzen in de wacht heeft weten te slepen. Het onderschrift krijgt meteen een plaats op de shortlist van beste onderschriften: ‘Deze fan in Basel heeft grote moeite de deceptie te verwerken’. Zegt u dat wel.

Was die hele oranje karavaan al een beschamende vertoning die grote delen van de consumenten in West-Europa zich zal doen afkeren van de producten uit een dergelijk onserieus land – deze plaat van apocalyptische betekenis reikt nog aanzienlijk verder. Hier zien wij niets minder dan de ondergang van het avondland, gepersonifieerd in een vrouwspersoon in kennelijke staat en in een erg ordinaire houding in een straat waar het oproer kraait en waar elk ogenblik de Hunnen, nee natuurlijk: de Arabieren de hoek om zullen stormen op van die kleine kekke paardjes, ten einde haar langs achteren de genadeslag toe te brengen.

Waarmee teven de stelling van Rinus Michels definitieve profetische waarde heeft gekregen: voetbal is oorlog, al bedoelde de oude en inmiddels naar de hemel vertrokken trainer zijn woorden wellicht anders dan in de samenhang met deze absolute en totale failliete boedel.

Maar komaan, wie zegt dat de beschrijving van de foto wel klopt? Misschien was de vrouw gestruikeld, en was ze nu op zoek naar de parelketting die bij haar val van haar hals was gegleden. Of ze had net een rake klap in ontvangst mogen nemen met de gummiknuppel van de Zwitserse oproerpolitie die zoals bekend keihard en genadeloos pleegt toe te slaan – terwijl zij onschuldig liep te winkelen. Misschien ook was zij een zwerfster die een plekje aan een nader onderzoek onderwerpt, alvorens er het moede hoofd te rusten te leggen.

Er is veel onzekerheid in de wereld.

Maar het blijft wat mij betreft de foto van het jaar. Kijk alleen eens naar die perfecte compositie!

zondag 22 juni 2008

De ondraaglijke lichtheid van het voetbal

Zoals ik gisteren al tegen Jos de buurman zei: ik heb niks tegen voetballen, er naar kijken op de tv is alleen zo ontstellend vervelend; negentig procent van de tijd gebeurt er niks. Gisteravond zag ik de schitterende film ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’, een titel die wellicht in voetbalverband ook nog toepasbaar is. Ik ken het boek van Milan Kundera niet, misschien moet ik dat toch eens lezen: ik zat drieënhalf uur op het puntje van mijn stoel om de volkomen plausibele verfilming van een absurd verhaal te volgen.

Daarna zag ik nog net even dat San Marco weer gewoon Marco van Basten was geworden, en iets tegen Guus Hiddink zei. ‘Ik zou maar oppassen, ze slaan je kapot als je ooit nog eens in Nederland durft te komen,’ zei hij, hoorde ik later, maar ik weet niet zeker of het klopt, al zal de stemming onder het altijd weer sympathieke voetbalvolkje wel in die richting tenderen.

Ook het nu volgende is volslagen zinloos, maar volledigheidshalve vertrouw ik het jullie toch toe: Voetbal is sport. Sport is lichaamsbeweging. Om de lichaamsbeweging niet volslagen zinledig te laten zijn, zijn er doelpunten. De uitslag van een wedstrijd is altijd dat het ene elftal wint en het andere verliest – tenzij de wedstrijd eindigt in gelijk spel, dan hebben beide elftallen verloren. Volgende keer anders en beter. Het was een gezellige avond.

Maar niks daarvan dus. De trainer van het Nederlands elftal werd in twee weken een heilige, zijn voetballers mythische figuren die het niet voor de poen deden maar voor hun kinderen en voor het Vaderland, tienduizenden Nederlanders trokken oranje aan gingen óók hun kinderen weer een beetje leuk bejegenen. De media konden niet voldoende zendtijd of papier aanslepen, duizenden voetbaldeskundigen trokken alle registers open; met als resultaat een referendum waaruit bleek dat het Nederlands elftal Europees kampioen zou worden, alsmede over twee jaar wereldkampioen.

Daarna zou de eeuwige wereldvrede intreden, zeker als Anky van Grunsven met dat maf hopsende paard er ook nog iets van bakte in Peking.

De enige die in de weg stond was die wolf in schaapskleren, die duivel met dat engelengezichtje die zich naar Moskou had laten kopen, Goes Giedink: die deed wèl letterlijk álles voor de poen, zelfs de voetballers van die vuile communisten trainen. Hij nam op de koop toe, nee: hij vond het wel leuk dat die allemaal in dienst waren van de KGB, vuile spionnen! (Je ziet: de film die ik gisteren zag heeft er wel in gehakt.)

Maar dat neemt niet weg dat het Nederlands elftal de grootste blaam treft. Het is zoals Jan Tromp weken geleden al in de Volkskrant schreef: hebben die homo’s wéér niet kunnen winnen. Ook niet van die voetballers uit de bietenvelden van Siberië.

zaterdag 21 juni 2008

De Maya’s verlossen ons van alles

21062008mayakalender Wat zou dat toch zijn, dat mensen zonder enig bijkomend bewijs geloven in iets vaags als ‘de Maya-kalender’. Die kalender is een ingewikkeld systeem, waarvoor je waarschijnlijk Maya moet zijn om het te kunnen gebruiken of zelfs maar begrijpen.

Maar op internet wemelt het van de sites waarvan de samenstellers het wel degelijk begrepen hebben: de Maya-kalender stopt, aldus al deze wijzen, op 21 december 2012 en dus gebeurt er dan iets onherroepelijks. Wat precies, daar zijn we nog niet uit. In Nederland leven ook verschillende aanhangers van dit eigenaardige geloof en het Volkskrant Magazine van vandaag heeft er een paar geïnterviewd.

De een beweert dat Nederland helemaal bevriest met de gehele levende have, de ander heeft zich een tweedehands reddingsboot aangeschaft omdat het water zal komen. Deze mevrouw is echt te gek voor woorden. Ze wil bijvoorbeeld de immigratie stoppen, want daardoor wordt Nederland alleen maar zwaarder en zakt het land nog sneller in het water. Ze zegt het echt, gezeten op de nog ingepakte reddingsboot. Om het tij te keren heeft ze al eens een Kamerzetel bij Geert Wilders geambieerd, maar helaas had ze geen academische titel en de schenking van een gouden hoefijzer aan Rita Verdonk heeft ook al niet mogen baten. Zouden Geert en Rita ook al een reddingsboot hebben? Vast wel.

Een van de geïnterviewden raakt onbewust de kern: sparen heeft geen zin, verzekeren heeft geen zin, want over vier jaar is het allemaal afgelopen.

Dat wil zeggen: met iedereen, behalve deze uitverkorenen; dit soort geloof heeft ook altijd uitverkorenen, die daarom als tegenprestatie elke week bij de boodschappen een paar extra blikjes erwtjes inslaan en een pak mineraalwater. De opluchting dat niets meer hoeft na 2012 weegt daar wel tegen op.

Oorzaak van dat alles is natuurlijk vooral een beperkte horizon. Het is maar heel weinigen gegeven te beseffen hoe groot de aarde is, bijvoorbeeld. Ik heb al vaker gewag gemaakt van een abonnee van het Limburgs Dagblad in het Limburgse Beek, die in januari 1990 aan de oostelijke horizon duidelijk de explosies zag die hoorden bij de Operatie Desert Storm, zo’n zesduizend kilometer verderop. Hij hoorde trouwens ook het gebulder van de kanonnen.

Mijn schoonmoeder heeft dat ook. Ze is er vast van overtuigd dat het einde der tijden nabij is, en voert daarvoor als bewijs aardbevingen in China en overstromingen in Oostenrijk aan. Ook het toenemend verval der zeden en de vele regen van de laatste tijd zijn signalen dat het binnenkort inpakken geblazen is.

Ach, was het allemaal maar zo eenvoudig. Ik geloof het allemaal niet, dus moet ik blijven sparen en me ook zorgen maken over Kerstmis 2012. Ik weet nog steeds niet wat we dan moeten eten, bijvoorbeeld. (En drinken. Is die Barolo dan eindelijk op dronk?) Van dat probleem zijn  die Mayakenners mooi af. Hun enige nadeel: ze horen vermoedelijk de hele dag die Maya’s trommelen. Nu en na 21 december 2012. Ook niet altijd even leuk.

vrijdag 20 juni 2008

Bezie ons sociaal-culturele landschap

Bijna had ik toegegeven aan de verleiding om naar de omgeving van Den Haag te verhuizen zodat ik de kost zou kunnen verdienen door op mijn aanminnige kleinkinderen te letten. Daar viel het nodige mee te verdienen, sinds ook informele kinderoppas uit ’s Rijks kas een aanvulling op het karig pensioen zouden kunnen toucheren.

Helaas, het sprookje heeft maar een paar maanden geduurd, voortaan moeten opa en oma het weer doen voor een schijntje. Ja, en dan denk je natuurlijk al gauw: voeden jullie zelf die verwende nesten op, ja? In ieder geval zit terugverdienen van de verhuiskosten er zeker niet meer in. Dus, jammer maar helaas.

Nee, wij blijven gewoon hier in Limburg en bewonderen de meikoningin die niet zozeer de gestalte heeft van een meikevertje als wel van een gezellige hommel. En ze was nog wel twee keer naar de kapper, de visagiste, de mani- en de pedicure geweest en de Koninginnejapon kwam uit de sjiekste winkel van de Maastricht.

Dit bestaat echt. Waarom kost een bruiloft een vermogen, tegenmwoordig?

De bruid is twee weken vóór de grote dag al voor een proefmake-up geweest.
Zij vervoegt zich op de grote dag zelf ’s morgens om negen uur bij de schoonheidsspecialiste, die het karwei om elf uur geklaard moet hebben omdat dan de kapper met ongeduldig knippende schaar staat te wachten. Tussendoor wordt de dure bruidsjurk aangetrokken en nog bijna afgekeurd omdat de bruid bij nader inzien een iets andere tint had willen hebben – met alle moderne middelen die haar ten dienste staan kan ze net voorkomen dat haar tranen de maquillage verwoesten. Dat gebeurt uiteraard alsnog tijdens de plechtigheid op het stadhuis, dus alvorens naar de kerk te gaan waar het huwelijk pas echt zal worden ‘voltrokken’ (ik zie het voor me) nog snel even langs bij de visagiste en de kapper.

20062008_bruid En dan kan het feest beginnen. Ome Jan en tante Truus, die elkaar in geen jaren hebben aangekeken, zitten al aan de jonge jenever en omhelzen elkaar om de vijf minuten. De kinderen maken er een zootje van. De moeder van de bruid en die van de bruidegom kijken openlijk misprijzend naar de vangst van respectievelijk dochter en zoon; de moeder van de bruidegom vindt haar kersverse schoondochter te dik en een slet (ze is al eens eerder in ondertrouw geweest, met een ander), de moeder van de bruid vindt de bruidegom een lelijkerd met dat rooie haar; hij is bovendien een zuiplap en een rokkenjager die nu al begerig naar zijn kersverse nichtjes kijkt – het is dat het bier hem vooralsnog van dat soort escapades weerhoudt. In een hoekje van de feestzaal brult een enorme tv in groen en oranje de lof van het voetballen.

Het is te hopen dat de oma’s toch nog bereid zullen zijn op de producten die deze combinatie ongetwijfeld zal opleveren, te passen tegen een veel te geringe vergoeding. ‘Waarom moet zij eigenlijk werken?’ denkt de ene schoonmoeder. ‘Omdat jouw zoon niet genoeg verdient, met zijn stomme kop,’ denkt de ander.

Zuchtend nemen ze nog een bessen met suiker.

donderdag 19 juni 2008

Crimineel rechts doet het goed

Deze week hoorde ik – ik heb daar al eerder melding van gemaakt – een van de reaguurders op stand.nl roepen dat alle politici in Den Haag ‘betaalde criminelen’ zijn. Nog even afgezien van de vaststelling dat me dat een comfortabele positie lijkt: de meeste andere criminelen moeten zelf hun kostje bij elkaar stelen.

Maar ik geef de man groot gelijk. Neem Silvio Berlusconi, die nog net op tijd een wet door het parlement lijkt te kunnen sluizen die precies bij hem past, een wet namelijk die fraude onder een bepaald bedrag van langer dan acht jaar geleden verjaard verklaart – want Silvio moet namelijk eigenlijk berecht worden wegens fraude van meer dan tien jaar geleden en dat kan hij dus elegant oplossen, op deze manier. Dat daar een verkiezing aan te pas moest komen is niet zo erg: de Italianen hadden toch even niks anders om handen.

Ed Sinke, die heb ik enkele malen op de tv gezien en gehoord. Zijn tekst was ronduit fascistoïde, maar daar wil ik het nu niet over hebben, nee, dat uiterlijk! Die baart zeker opzien als hij in namaak-SS-uniform de dark room betreedt! Die kop, die past daar precies bij. (Niks ten nadele van de SS natuurlijk, ook al omdat die ten onder is gegaan toen de Leider dood was. Een vast verschijnsel in de politiek: de Leider is dood of treedt minstens af, en de beweging ligt op haar gat.)

Maar Sinke is ook middelpunt van interessante ontwikkelingen, met name dat accountantsrapport waarvan Zwarte Rita zegt dat het frauduleus is. Op het gebied van fraude en ander gesjoemel hebben de opvolgers van Fortuyn en bewonderaars van Berlusconi inmiddels een reputatie te verliezen.

Rita zelf, een politicus die ook al geen betáálde crimineel is, verzint de ene list na de andere om in het nieuws te blijven, nu dus weer die Sinke. De vriend van Sinke, die ik verder niet ken en die ik dus ook geen uniform voor de dark room kan aanbevelen (doe maar gewoon een mouwloos leren vestje, joh. En zo gekke leren broek waarvan de pijpen de gehele voor- en achterzijde vrijlaten. Leren petje. Enig!) Die vriend dus heeft de ongelooflijke brainwave gehad om een winkeltje op te richten met de naam Favorita BV.

In de krant zag ik de spullen uit die winkel uitgestald. Oranje hoed met franje, wijnglazen en een decanteerkan met het TON-logo – sinds wanneer drinken oranje-rita aanhangers wijn die eerst gedecanteerd moet worden? – een geschilderd portret van een mevrouw, oranje sleutelhangers, oranje T-shirts, een oranje vlag met een enorm TON-logo. Die handel loopt niet goed, denk ik, want in Bern heb ik er niemand mee zien lopen en daar liep wat bij, tjonge jonge.

Waar was ik ook weer?

O ja: als er ergens politici zijn die poging doen betaalde criminelen te worden, dan is het op rechts, dat is wel duidelijk.

En dan heb ik nog een vondst voor de ‘levensgezel’ van Ed Sinke. Een singletje maken met het lied over Sophietje. Iets gewijzigde tekst: ‘Zij dronk oranja met een Rita!’ En hossen maar! Johnnie Lion draait zich om zijn graf, of leeftie nog? Dan is dit zijn kans: voor je het weet lig je naast André Hazes en Ed Sinke op de oranje middenstip!

woensdag 18 juni 2008

Is Marcus Bakker iets voor de SP?

Bij de verkiezingen van mei 1946 haalde de Communistische Partij Nederland (CPN) tien zetels. Dat waren er zeven meer dan in 1937, en omdat de Tweede Kamer toen nog maar 75 zetels telde moet je voor vergelijking dat aantal verdubbelen: twintig, respectievelijk zes. De vergelijking dringt zich op, en valt dan meteen door de mand: de leider van de CPN was toen Paul de Groot, een akelig ventje, tevens willoze vazal van Moskou; tussen de beide verkiezingen lag de gehele Tweede Wereldoorlog; en Marcus Bakker kwam pas in 1963 als fractievoorzitter in de schijnwerpers terecht, toen de CPN alweer gereduceerd was tot een splinter die uiteindelijk zou opgaan in GroenLinks.

Marcus Bakker was een man met een gebeeldhouwde kop en een sonore stem die in de Tweede Kamer op handen werd gedragen, met name omdat hij volkomen machteloos was. Hij ging op schier paranoïde wijze te keer tegen Amerika, Duitsland en de NATO, en hij deed dat in gloedvolle betogen. Hij zag overal CIA-spionnen en ‘renegaten’. Hoe hij aan de interruptiemicrofoon was, staat me niet meer helder voor ogen, maar Bakker wist wel, dat je nooit ‘effe dimme’ tegen de voorzitter mocht zeggen.

De Socialistische Partij leidde in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw een kwijnend bestaan als subsplinter naast andere linkse partijtjes die vooral gedreven werden door wereldvreemde idealisten en natuurvorsers. Ik herinner me dat in het ziekenhuis waar Djamila toen werkte iemand haar het lidmaatschap van de SP aanbeval – toen ik het hoorde, dacht ik: prima, als je er maar geen ruchtbaarheid aan geeft. Kan niet goed zijn voor je carrière.

Pas toen Jan Marijnissen, die duidelijk rechtstreeks afstamde van de gevierde Marcus Bakker, het voor het zeggen kreeg in de SP, ging het de partij voor de wind. Het kwam niet alleen door Jan, natuurlijk: de verdienste van Jan was dat hij kans zag de ontevredenheid van verwende kinderen die zich van het Nederlandse volk meester maakte in de jaren negentig, naar zich toe te kanaliseren.

18062008bakkersp Dat bereikte zijn hoogtepunt in 2006, toen de SP 25 zetels haalde, zelfs iets meer dan de CPN in 1946, precies zestig jaar eerder. Sindsdien gaat het bergafwaarts met de partij. Toen het goed ging had Marijnissen ook al ernstige gezondheidsklachten, maar er was geen denken aan dat hij zou aftreden. Nu het SP-electoraat wegloopt naar Rita Verdonk, kan de sterke man van de SP rustig naar Oss terug. Gisteren hoorde ik op de radio iemand roepen dat ‘al die politici betaalde criminelen’ zijn, en zo is het maar net, maar dat geluid hoor ik liever bij een partij met rechts-autoritaire trekjes dan bij een ‘linkse’ partij, die de SP nooit echt is geworden. DE SP is een éénmanspartij met 25 zetels.

Ik heb wel eens gezegd dat wanneer de SP aan de macht zou komen, het Politburo Jan Marijnissen aan de kant zou schuiven zodat de radenrepubliek van boeren, arbeiders en soldaten eindelijk gesticht zou kunnen worden. Jan schuift zichzelf nu aan de kant maar helaas kan ik in Agnes Kant, hoezeer ik het haar ook zou gunnen, niet de nieuwe Stalin zien. Wie volgde Marcus Bakker trouwens op, in de CPN? Ach gut, Ina Brouwer.

Intussen zou een dreigende partij op links de meer tot afschaffing van de democratie en verrijking van de rijken en verarming van de armen geneigde rechtse politici scherp en bij de les kunnen houden.

Een tip voor de SP: Marcus leeft nog, al is hij 85 jaar.

________________

Bij het plaatje: toevallig had de website van de SP-krant De Tribune gisteren een gastcolumn van Marcus Bakker (klik hier) -- hij blijkt geen lid van de SP, maar daar is natuurlijk wat aan te doen. Hij lijkt em ook nog redelijk gezond.

dinsdag 17 juni 2008

Eindelijk Casablanca helemaal gezien

17062008_casablanca Zeker weet ik het niet, maar ik meen dat ik Casablanca deze week voor het eerst helemaal heb gezien. Typisch zo’n film van zestig jaar geleden: veel dialoog, een klein beetje actie die evengoed achterwege had kunnen blijven, de werkelijke plot moet je maar zien te begrijpen uit de slotscènes.

Rick Blaine (Humphrey Bogart) is een Amerikaan, die in 1940 moet vluchten uit Parijs – waarom wordt niet echt plausibel gemaakt – als de Duitsers daar binnen vallen. Hij heeft zich in korte tijd opgewerkt tot de eigenaar van een populaire nachtclub, Rick’s Café, in Casablanca in Marokko.

Victor Laszlo, die wegens (Tsjechisch) verzet tegen de Duitsers in een concentratiekamp terecht is 17062008_casablanca_3_2 gekomen, weet daar uit te ontsnappen en terug te gaan naar zijn echtgenote, Ilsa Lund (Ingrid Bergman) in Parijs. Zij dacht dat hij inmiddels gedood was, maar op de dag dat zij verliefd wordt op Blaine, en  afspreekt met hem te vluchten, duikt hij weer op en uit loyaliteit met, en bewondering voor   hem blijft ze bij Laszlo, hoewel ze niet erg van hem houdt.

Ze zorgt er wel voor dat ze samen in Casablanca terecht komen en bij het begin van de film betreden zij Rick’s Café. Hoe Lund weet dat ze Rick daar kan vinden wordt ons niet medegedeeld.

In het café speelt een zwarte pianist, Sam, die samen met Rick naar Marokko is gereisd en Ilsa vraagt hem te spelen ‘A Kiss is Just a  Kiss’. Dat was de song van haar en Rick, zullen we maar zeggen. Rick hoort het en begrijpt dat Ilsa in de zaak moet zijn.

17062008_rick_en_sam_2Er ontspint zich een ingewikkelde geschiedenis waarin afwisselend snoeihard (maar hoffelijk) en cynisch onderhandeld wordt over twee uitreisvisa die per ongeluk bij Rick terecht zijn gekomen, en waarin zich koddige scènes afspelen rond de plaatselijke enigszins nichterige politieprefect Renault en een Duitse officier die op zoek is naar Laszlo. Op een gegeven moment waan je je zelfs in het café uit de Britse tv-serie ‘Allo Allo’ – ineens dringt het tot je door dat die serie geïnspireerd moet zijn door Casablanca.

En inderdaad, Rick zegt niet ‘Play it again, Sam’, tegen de pianist, maar wel zoiets want de situatie ontwikkelt zich dusdanig dat Rick de song inderdaad wil horen. Inmiddels zijn we er ook achter dat de uitdrukking ‘the usual suspects’ ook ingang heeft gevonden via deze film.

Hoe de film in 1942 (en in 1947, toen de film voor het eerst in Nederland te zien was) viel bij het17062008_casablanca_4_2 publiek, dat valt absoluut niet meer te peilen. Wij genieten van sublieme zwartwitfotografie, de onmiskenbare hardgekookte stem van Bogart; de camera die aait en streelt over het gezicht en de gestalte van Ingrid Bergman, die voluit lijdt aan de onmogelijke keus tussen Victor en Rick. De rol van Rick is die van de man die door de oorlog alle illusies heeft verloren en hij handelt daar ook naar. Aan Ilsa wordt weinig gevraagd. Het is tenslotte 1942 en van de vrouw wordt niet verwacht dat ze zelfs ook een stem in het kapittel zou willen. Zij wordt slechts geleid door gevoelens, en gevoelens zijn niet erg betrouwbaar, als het op beslissen aankomt.

Laszlo en Lund, in bezit van geldige visa, vertrekken per vliegtuig in dichte mist naar Lissabon. En Rick wandelt weg met de politieprefect, met wie hij het best kan vinden. Hij zegt dan ook: ‘I think this is the beginning of a beautiful friendship.’ Brokeback Mountain avant la lettre?

_________________

De plaatjes zijn afkomstig van de onvolprezen filmdatabase www.imdb.com. Van boven naar beneden: the usual suspects, alle met hoofddeksel. Het 'bruidspaar' (Rick en Ilsa) 66 jaar geleden. Don't play it again, Sam, en een van de vele affiches voor Casablanca.

maandag 16 juni 2008

Het moet weer op de tong

Sinds ik me, nu alweer zo’n veertig jaar geleden, officieel heb laten uitschrijven uit de roomsche kerk, heb ik geen hostie meer geproefd. Ja, nogal wiedes, zult u zonder even na te denken zeggen. Nee, niet wiedes, want ik ken mensen genoeg die officieel of onofficieel de kerk vaarwel hebben gezegd, maar die bij met name begrafenissen nog braaf in de rij gaan staan voor een hostie. Hoewel ik niet zo principieel ben – eerste prioriteit is meer: niet opvallen, in vredesnaam niet opvallen – zou dat voor mij toch veel te ver gaan.

Moet ik dat nog verklaren? Als het al te verklaren valt. De mis was ooit onder andere bedoeld om de onderlinge verbondenheid van de katholieken te symboliseren: ze schoven als het ware aan dezelfde tafel aan en aten het gezamenlijke brood en dronken de gezamenlijke wijn. En zongen daarna samen een mooi lied, begeleid door een draailier, of een blokfluit..

Ik denk, maar dit terzijde, niet dat er veel mensen zijn geweest die dachten dat ze echt het bloed van Jezus dronken en een biefstukje van diens haas zaten te eten.

Maar naarmate de kerk een meer autoritaire structuur kreeg, werd die verbondenheid alleen nog maar een beetje zwakjes gesymboliseerd, het is een zinledig ritueel geworden. Het brood is veranderd in een stukje ouwel, snoeppapier noemden we dat vroeger, die de hostie wordt genoemd. En de wijn, daar blijven jullie, eenvoudige types, vanaf: die is voorbehouden aan de pastoor. Liever hij dan ik, met die vreselijke zoetige Samoswijn.

16062008communie Als kind deed ik op 7 mei 1946 zeer devoot de eerste heilige communie. In een poging ons, zevenjarigen, toch iets spannends voor te schotelen had de onderwijzer van de lagere school ons ingeprent dat we de hostie, die we op de tong kregen toegediend, niet mochten doorbijten, want dat zou Jezus pijn doen en aangezien wij ook een tamelijk realistisch idee hadden van de hel, beten wij er niet op. Nee, wij liepen bijna kokhalzend terug naar de kerkbank en gingen daar met de handen voor het gezicht zitten wachten tot het kleffe gevalletje vanzelf was gesmolten.

Tegenwoordig, zie ik, krijg je de hostie in de hand en mag je erbij blijven staan; en ik zie ook veel geroutineerde begrafenisgangers, onderweg naar hun zitplaats, smakelijk kauwen. Ik zou dat vooruitgang willen noemen.

En dus gaat de huidige paus het afschaffen, hoorde ik gisteren van bevriende zijde. B16 wil dat de gelovigen voortaan de hostie weer op de tong gaan ontvangen, knielend. En er af blijven, met je ongewijde fikken! Ja, als Benedictus de klok terug kan draaien, dan zal hij het niet laten. Zelfs op onbenulligheidniveau 12. Wat ik nog wel zou willen weten: zeker ook weer de oogjes erbij dicht, zoals wij vroeger?

Prima allemaal, traditie vóór alles, als ik maar niet hoef. Maar ik heb wel een leuke actie bedacht: doe een condoom om de tong. Want je weet tegenwoordig maar nooit. Zeker als je het met de ogen dicht doet.

zondag 15 juni 2008

Vier duiven maken wel degelijk lente

Als het een beetje wil wordt ze over precies een maand 98 jaar. Sinds bijna twee jaar woont ze niet meer zelfstandig, maar in een verzorgingstehuis, of hoe heet zoiets.  Ze heeft zich daarin geschikt. Veel meer kun je er niet van zeggen. Ze had een betrekkelijk grote woning en vond dat ze nog best zelfstandig voort kon, maar je weet hoe het gaat: de kinderen denken daar anders over en in dit geval waarschijnlijk terecht, al kun je dat natuurlijk nooit met zekerheid stellen.

Als je vaak in dat huis komt, besluit je als vanzelf dat je bij voorkeur niet de negentig wilt halen. Want als je boven die leeftijd komt (en ook wel eronder) dan ben je al snel een figuur uit een schilderij van Bosch of Breughel, zal ik maar zeggen.

Zij niet, al is ze de laatste twee jaar wel erg oud geworden, zegt iedereen. Het gaat ook steeds vaker minder – hoewel ze ook steeds weer opknapt.

Ze is altijd een buitenmens geweest, met een eigen tuin en veel verstand van bloemen en planten kweken. Ook de vogels in haar tuin waren haar beste vrienden.

Ze woont op de vierde en bovenste woonlaag en heeft een piepklein balkonnetje. De deur staat vrijwel altijd minstens op een kier en wat in die instelling natuurlijk streng verboden is, doet ze toch: ze voert de duiven die op en rond het gebouw rondhangen.

Een paar maanden geleden had ze al eens opgemerkt dat een duivenpaar geregeld enige tijd onder haar bed doorbracht, en dat had me al de wenkbrauwen doen fronsen. En toen ze tien dagen geleden meldde dat de duiven niet alleen op haar schouders kwamen zitten maar ook nog twee kuikens bij zich hadden, was ik ervan overtuigd dat ze nu al was begonnen te hallucineren.

15062008 Hoe moesten die jonge duiven, hulpeloze lelijkerds als die zijn, daar op dat kleine balkonnetje gekomen zijn?

Kort daarna bleek dat dat heel eenvoudig was gegaan: ze waren namelijk gewoon geboren in een nest onder oma’s televisie, die vlak bij de balkondeur staat.

Het hele verzorgingstehuis staat sindsdien op stelten, het hele personeel is al op bezoek geweest, een van hen heeft zelfs beschuit met muisjes meegebracht.

Ik denk dan meteen aan allerlei vreselijks: die beesten hebben de gruwelijkste ziekten bij zich, en stinkt het niet? Nee, het stinkt niet, ik heb een paar weken geleden nog een tijdje vlak naast die tv gezeten en niets geroken.

Zouden al die verpleegkundigen toch niet even stiekem in een of ander  verpleegkundig handboek moeten kijken? Of zou het er iets mee te maken hebben dat de meeste personeelsleden afkomstig zijn uit Marokko, Turkije of de Antillen? Natuurmensen dus?

Oma is helemaal opgebloeid in ieder geval, niet alleen door het duivenwonder maar ook door al die vrolijke belangstelling.

_____________

De foto is gemaakt door Winfried Plomp

zaterdag 14 juni 2008

Niet zo gauw bukken, Huub!

Het was de beste uitvinding in de vormgeving van de dagbladjournalistiek sinds Frans Hulskorte, als hoofdredacteur van toen nog De Nieuwe Limburger rond 1970 het aparte regio-katern introduceerde. Het was een heel waagstuk, maar het werd door alle regionale kranten overgenomen.

14062008krant Die recente nieuwe uitvinding was het tabloidformaat in matrioesjkastijl: Je pakte ’s morgens de krant uit de bus, haalde vanuit het midden alle katernen – regio, sport, lifestyle, service – uit elkaar en je had een overzichtelijke krant die je katern voor katern kon lezen. Schitterend gedaan, een eenvoudige oplossing voor een groot probleem.

Maar het Limburgs Dagblad verschijnt sinds eergisteren weliswaar nog altijd in tabloidformaat – dat kan niet worden teruggedraaid, natuurlijk, maar met minder katernen. Minder lósse katernen, moet ik zeggen want alles zit er natuurlijk nog wel in.

In een lang stuk op pagina 3 van gisteren zet hoofdredacteur Huub Paulissen breedvoerig uiteen dat de lezers het nieuwe formaat heel goed hadden ontvangen, maar dat er ook klachten waren. En dus heeft de krant ingegrepen: minder losse katernen, daar komt het eigenlijk op neer. Alleen sport en service zijn nog aparte katernen, de rest zit nu weer, zoals vóór 1970, in een grote brij achter elkaar.

Je kunt er nu dus helemáál de weg niet meer in vinden. Vanmorgen zat het weekendkatern – het katern waarin de redactie laat zien dat ze mooie verhalen en mooie foto’s kan maken – verpakt in de televisieprogramma’s en de strips stonden ineens geheel ergens anders. Ook het regiokatern bestaat niet meer.

Het is jammer dat de krant zich heeft laten intimideren door de scheldpartijen die op internet zo volkomen normaal zijn. Leuk is anders, natuurlijk, als je – terecht – trots bent op je product en dat je ’s morgens om zeven uur al moet lezen dat je product waardeloos is en dat deze lezer zijn abonnement opzegt omdat hij het geld nodig heeft om WC-papier te kopen, daar is de krant nu te klein voor geworden. Ik denk: de ab onnees die zijn gaan lopen hadden dat vroeg of laat toch gedaan, ze zochten alleen nog een voorwendsel.

Gelukkig dat Frans Hulskorte niet meer hoeft mee te maken dat zijn geniale vondst op bevel van een zootje conservatieve schreeuwende reaguurders bij het grof vuil is gezet.

Paulissen zegt in zijn stuk dat hij nog meer adviezen van de lezers gaat opvolgen. Niet doen! Jullie hebben verstand van krant maken, de lezers niet! Uiteindelijk komen ze terug, op die mooie, overzichtelijke krant.

Leve matrioesjka!

vrijdag 13 juni 2008

Een jeugd op de bakfiets

13062008bakfiets

Twee bakfietsen die ik op internet vond. Links een echte oude uit het Openluchtmuseum, rechts een 'replica' die te koop staat op Marktplaats.

Een van de ‘reaguurders’ op mijn stukje over Adriaan Jaeggi noemde hem een ‘bakfietsvader’, en die uitdrukking bracht ineens een stroom van herinneringen aan de oppervlakte. Want ook ik had een vader met een bakfiets. Wel twee. Geen vaders, maar bakfietsen.

Eind jaren veertig had mijn vader een bedrijf opgericht dat zich toelegde op het maken van vloeren, vensterbanken, aanrechten douchebakken en dergelijke van terrazzo. Voor de meeste mensen moet je tegenwoordig uitleggen wat dat is, maar in de jaren veertig en vijftig werd dit product nog volop gemaakt. Alle vloeren en veel van de andere producten werden ‘op het werk’ gemaakt en dat betekende dat alle materiaal en gereedschap daarheen moest worden gebracht. Per bakfiets.

Dat wil dus zeggen dat de bakfiets van mijn vader er geheel anders uitzag dan de kekke bakjes waarmee hippe moeders en vaders met name te Amsterdam hun kroost rondzeulen van hockeyveld naar taichi-les en van ballet naar discussiemiddag, zo stel ik me voor. Ik meen me zelfs te herinneren dat je in ‘mijn tijd’ geen levende have in de bak mocht meevoeren.

De bakfiets was indertijd een algemeen verschijnsel, uiteraard naast de handkar. Pickup trucks hadden ze alleen in Amerika en voor de Mercedes Vito, de Fiat Doblò en de Volkswagen T5 moest eerst nog een ontwerper geboren worden. Wat zou ik graag nog een foto hebben van het pleintje in onze buurt waar een groenteboer gevestigd was, genaamd Huma, die tevens bakfietsen en handkarren verhuurde, die, indien niet verhuurd, in keurige rijen voor de deur stonden.

Het bedrijf van mijn vader was gevestigd op een terrein dat wij tegenwoordig ‘bedrijventerrein’ zouden noemen, maar dat feitelijk bestond uit een aantal aan elkaar gebouwde wrakkige opstallen met achterin een smoezelige wasserij, dan ook ‘Perfecta’ genaamd, waarmee een oom van mij rijk probeerde te worden. Er was trouwens ook nog een boerderij gevestigd.

De gebouwen waren te bereiken via een enigszins slingerend en ongeplaveid pad, dat bij regen onbegaanbaar was. Op dat pad werd ik in enkele maanden tijd een zeer virtuoos bakfietsrijder – en dat was in de tijd dat ik de gewone fiets nog niet machtig was. Ik kon hele middagen met dat stuk bedrijfskapitaal van  mijn vader heen en weer scheuren en de grootste kunst was om aan het eind, waar het pad licht hellend uitliep op de Van Goorstraat, door keihard en met het volle gewicht op de terugtraprem te gaan staan, op tijd tot stilstand te komen.

Helaas, of misschien gelukkig, mocht ik niet de straat op met het ding, en ik hield me daar ook aan. Het zou voor het bedrijf ook weinig hebben uitgemaakt, want ik zou nooit een lading van vijfhonderd kilo hebben kunnen besturen.

Wel bedacht ik toen al, dat het eigenlijk gek was dat de fiets áchter de bak zat. Het zou toch veel gemakkelijker zijn de bak mee te sleuren? De aandrijving zou er wel te ingewikkeld voor worden en daarvoor vond ik, voor de tweede keer die eeuw, het differentieel uit. Maar alleen in  mijn hoofd, theoretisch ben ik nog altijd veel beter dan praktisch.

Kort daarna kocht mijn vader een auto, een Opel Olympia Cabriolet, kenteken UG-78-16, die alle transporttaken overnam. Ik meen dat toen de bakfietsen, die nu alleen maar in de weg stonden in dat benauwde werkplaatsje, van de hand zijn gedaan. Waarna de weg vrij was om echt te leren fietsen.

woensdag 11 juni 2008

Moeilijk als het zo dicht bij komt

Adriaan Jaeggi kende ik natuurlijk niet persoonlijk, maar hij viel me jaren geleden op toen hij wekelijks een column had in het Volkskrant Magazine. Drank, vrouwen, muziek, eten, schrijven. Een mooie jongen die het goed deed in Amsterdam. Mooi ironisch, cynisch, nuchter, niet erg aardig. Hij 12062008jaeggi was er nog eens stadsdichter. Begin 2005 heeft hij mij een boek gestuurd, met daarbij een kaart met de tekst ‘Goed gelezen, A.J.’ Maar ik ben niet zo’n bewaarder als bijvoorbeeld Wim de Bie, dus ik weet absoluut niet meer waar ik het aan verdiend had.

Achteraf deed hij me een beetje aan Kluun denken – een man met een moderne oogopslag die volop genoot van hetgeen de hedendaagse stadsmaatschappij de mens te bieden heeft. Al zou Jaeggi dat wellicht niet al te complimenteus van me hebben gevonden.

En, eerlijk is eerlijk: zijn stukjes, gedichten en romans zijn geschreven in een zeer trefzekere stijl, vaak wel heel erg recht op de man af, maar komaan, daarover moeten we ons juist verheugen. Zijn alles verwoestende column uit 2005 over Lidewij Edelkoort hoort tot onsterfelijke juwelen van de Nederlandse literatuur. En was tevens een van de aanleidingen tot de breuk met de Volkskrant, die wel iets zag in de trendgoeroe.

De dagelijkse gebeurtenissen in de samenleving in het algemeen boeiden Jaeggi eigenlijk niet, hij was vooral bezig met zijn vrienden en vriendinnen. Hij gaf voor erg weinig van vrouwen te begrijpen; meer begreep hij van vrienden die vaak ‘gelukkig gescheiden’ waren. Ze waren vaak fictie, dat weet elke columnist en romanschrijver.

Een citaat:

(Jaeggi is ziek en krijgt iemand op bezoek) ‘Natuurlijk vraag je naar iemands toestand, daar kwam je12062008jaeggi2  voor. Maar een bevredigend antwoord geven is onmogelijk. Als je exact zou willen zijn zou je moeten zeggen: vanochtend prima, na de yoghurt even iets minder (ik ga het morgen bij een halve liter houden) en nu min of meer alsof er een hippopotamus op me is gaan zitten, maar dat is altijd zo rond een uur of elf, dat klaart zo wel weer op.

Bij het schrijven van een column is het nog gecompliceerder. Ik heb met de redactie (van Het Parool) afgesproken dat ik het in deze kolommen ook ‘hierover’ zou hebben, maar ik merk dat ik niet gewend ben zo weinig afstand te hebben tussen wat ik meemaak en wat ik schrijf. Bij alles wat ik tot nu toe geschreven heb, van romans tot poëzierecensies, van gedichten tot columns, was er altijd de geruststellende wetenschap dat het niet over mij ging, de veilige buffer van de fictie. Daar kan ik mij niet meer achter verschuilen: het gaat ineens wel degelijk over mij, meer dan ooit. Dat is een tamelijk onthutsende gedachte, al is er ook troost: bij het schrijven van deze laatste regels voel ik mij een stuk beter dan toen ik aan deze column begon. Zolang schrijven even goed helpt als die pillen houd ik het nog wel even vol.’

Aldus Adriaan Jaeggi, in Het Parool en op zijn weblog op 1 juni. Hoe lang het schrijven hem nog heeft geholpen weten we sinds gisteren:  dinsdag is hij overleden. Aan ‘hierover’, namelijk zijn darmkanker. In de maanden april en mei schreef hij nog montere stukjes over de medische wetenschap en meer in het bijzonder over chemokuren. Maar toen moet hij al gedacht hebben dat het niet gemakkelijk was als het je zelf betreft en er ook weinig uitzicht meer is.

In de Wikipedia staat het al, dat hij ‘medio 2008’ is overleden. Op 3 april was hij 45 jaar geworden.

_______________________

De aangehaalde column staat op de website www.jaeggi.nl . Daar is nog op 11 juni de echt laatste column van Jaeggi geplaatst.

Twee landen, twee volken, één taal

11062008ondertiteling Het is helemaal geen schande dat Vlaamse tv-series voor het Nederlands publiek van ondertitels worden voorzien. Sterker nog, als iemand uit Kerkrade of Oude Pekela in het journaal aan het woord komt, staat er ook een ondertiteling bij. Maandagavond zat ik naar de herhaling van Gooische Vrouwen te kijken en daar werd dusdanig in gemompeld dat ondertiteling geen kwaad had gekund. Het is dan ook verwonderlijk dat Vlamingen alleen nog maar de serie Baantjer hebben ondertiteld.

Ik zal het nog sterker vertellen, aan de Vlaamse mediaminister Geert Bourgeois: in Nederland worden alle buitenlandse films ondertiteld, sinds het Nederlandse onderwijs het Duits en het Frans feitelijk heeft laten vervallen. Sommige Nederlanders spreken nog wel een beetje Hollangels, maar ook Engelse en Amerikaanse films worden hier ondertiteld, voor de zekerheid.

Inderdaad, in Amerika worden Engelse films niet ondertiteld. Maar ik heb toch wel eens gehoord dat Amerikanen vaak moeite hebben met Brits Engels – zoals Nederlandse Engelssprekenden ook beter Amerikaans verstaan dan Brits Engels. Maar ondertitelen schijnt duur te zijn, en dus doen ze het heel erg mondjesmaat – meestal neemt de voice over, het woord zegt het al, de simultaanvertaling op zich. Waardoor je alleen maar een geluidloos pratend beeld ziet, en hoort praten met de stem van, ik noem maar wat, Philip Freriks, maar dan diens Amerikaanse collega.

Dat is dus nog erger dan ondertitelen: nasynchroniseren. Dat je de – vaak karakteristieke – stemmen van de acteurs niet meer hoort. Voor de Duitse tv wordt perfect lipsynchroon nagesynchroniseerd, niettemin levert het potsierlijke taferelen op van cowboys en Indianen die een of ander raar soort Duits met elkaar spreken; hoewel ze meestal natuurlijk op elkaar schóten. Vooral de zeer poëtische Chinese films van de laatste tientallen jaren raken zo minstens de helft van hun schoonheid kwijt door nasynchroniseren. Het enige alternatief is dan Chinees leren. Of ondertitelen, dus.

En datzelfde geldt, wellicht in minder heftige mate, voor het Amsterdams dat in Baantjer wordt gesproken. Je kunt wel zeggen: weglaten die ondertitels, ze moeten het zo maar leren verstaan, maar dat is natuurlijk onzin. Bourgeois bedoelde die onzin zo: Nederlanders en Vlamingen moeten maar leren precies dezelfde taal te spreken, dan is de ondertiteling overbodig, dat is de boodschap. Daar achter zit natuurlijk toch weer die Grootnederlandse gedachte.

Ik heb ook een boodschap: koop een moderne tv, daar kun je de ondertiteling op uitschakelen.

dinsdag 10 juni 2008

Na Tineke Huizinga de zondvloed

Nu de Gristenunie de vinger heeft achter een verstandig en rationeel gebruik van wetenschappelijke vooruitgang, vat ze kennelijk moed. Tineke Huizinga, die staatssecretaris is van Zondvloed, heeft nu een plan om het wassende water tegen te houden. Gewoon, de Noordzee dichtplempen met zand.

Zij begrijpt ook wel dat je dat zand ergens vandaan moet halen waardoor daar weer een gat ontstaan. Maar iedereen begrijpt dat regeren so wie so het vullen van het ene gat met het andere is, en dus zullen de plannen van Tineke met een begrijpend knikken worden ontvangen – en in de prullenmand gemikt als Tineke ons haar bevallige rug heeft toegekeerd.

Want wij zijn fatalisten. Komt het water, dan komt het water. Misschien moet hier en daar een dijkje omhoog en wat zou het: we zitten toch al onder de zeespiegel, daar kan best nog een of twee meter bij. Wij laten, zou Tineke tegen André zeggen, gods water over gods akker lopen.

Intussen verluidt in doorgaans welingelichte kringen dat het Noordzeeplan een afleidingsmanoeuvre is. Om de aandacht weg te leiden van wat Tineke en haar partijtje werkelijk van plan zijn. Tijdens een inderhaast in de hemel bijeen geroepen werkoverleg tussen de gristelijke ministers en de hoogste leiding daarboven is het ‘echte’ plan uitgewerkt – je zou kunnen zeggen dat het gods plan is. Dat vindt de Gristenunie trouwens altijd: als zij een plan heeft, dan is dat meteen ook gods plan, daar heeft de partij het monopolie van.

Tijdens die bijeenkomst is trouwens gebleken dat de Zondvloed veel eerder komt dan Al Gore heeft uitgerekend. Het gaat binnenkort veertig dagen en veertig nachten regenen en dan weten jullie ook wel hoe laat het is. God heeft ook laten doorschemeren dat er dit keer geen gedonderjaag moet zijn met olijftakken en duiven: eenmaal verzopen blijft verzopen.

10062008arkBehalve dus voor de trouwe leden van gods partij, zeg maar hezb’ollah, voorzover woonachtig in Zeeland, op de Veluwe en Noord-West-Overijssel. Voor hen zullen twaalf cruise schepen worden gevorderd, die naar de stammen Israels zullen worden genoemd. Ze kunnen er natuurlijk niet allemaal op, dus is de streep getrokken bij twaalf. Alleen gezinnen met twaalf of meer kinderen komen in aanmerking.

Wanneer het begint te gieten gooien de cruiseschepen de trossen los en onder luid psalmgezang steekt men van wal, met bestemming het Aards Paradijs. Vandaar zullen zij komen oordelen, de levenden en de doden.

_________________

Bij de foto: Aanvankelijk was het de bedoeling een aantal houten arken Noachs te bouwen. Maar dat ging niet snel genoeg, was te opvallend en voldeed niet aan de hippe eisen van André zelf.

maandag 9 juni 2008

Processie op zondag

09062008processie Een bewolkte zondagochtend, maar het is niet koud. Overal waar je kijkt een groene weelde, die door de regens van de afgelopen weken nog eens tweemaal zo groot en weelderig is geworden.

Het is tijd voor de Sacramentsprocessie. Watte? Ja, de Sacramentsprocessie. In het plantsoentje naast mijn tuin staat alweer het rustaltaar, de route is afgezet met geelwitte vlaggen. En daar klinkt de droeve slag van de trom die voorop gaat.

Op het verkeerloze kruispunt staat, in fel oranje hesje, een verkeersregelaar.

Uit de bocht van de straat verschijnt de stoet. Voorop een meisje dat een lange stok met daarop een kruisbeeld draagt. Dan de muziek, met alleen die trommel die traag de maat bonkt; een klein contingent ‘bruidjes’, dan het baldakijn met daaronder een bejaarde priester die de monstrans draagt – uit mijn katholieke tijd weet ik dat zich in de monstrans ‘het allerheiligste’ bevindt, het sacrament waar het bij Sacramentsdag om draait. Wolken wierook walmen door de windstille bomen en struiken. Het baldakijn hangt flink scheef, als gevolg van lengteverschil tussen de dragers. Je moet ineens denken aan Don Camillo.

Naast het baldakijn, in twee rijen die door de goot lopen, de schutterij. Zijn dat ouwe Lee Enfields die ze aan de schouder dragen? Er zijn ook vrouwen bij, zie ik.

Het koor dat daar weer achter loopt, bestaat zelfs helemaal uit vrouwen.

Achter de muziek loopt de dorpsgek – dit moet een authentieke processie zijn.

En dan volgen de notabelen van het dorp. In ieder geval voornamelijk heren in stemmig grijs kostuum, compleet met stropdas. Helaas: de hoeden ontbreken. Ik zie dat Wiel, een oude collega van de krant, ook vandaag niet ontbreekt in het gezelschap.

De stoet stopt op de hoek bij het rustaltaar. De pastoor is zichtbaar blij dat hij de zware monstrans even kan neerzetten. Aan zijn gezicht te zien is dit niet zijn favoriete bezigheid – of misschien verkeert hij in een religieuze trance, wie zal het zeggen.

Het dameskoor brengt enige liederen ten gehore waarvan er één mij bekend voorkomt. Dan begint de fanfare traag een stukje te spelen, de pastoor neemt zuchtend de monstrans weer ter hand, de stoet verdwijnt om de hoek, in het groen.

De parochie was niet echt uitgelopen voor de processie.

Ik telde twaalf mensen. Waaronder nog eens vier verkeersregelaars.

zondag 8 juni 2008

Een weekend met twee powervrouwen

Twee vrouwen staren me aan. Nou, staren. Ze hebben allebei wel de blik in hun ogen die hun handelsmerk is. De een staat op een rode kruk met dat superieure grijnsje op haar gezicht bij een 08062008verdonk2 onthullend verhaal in de Volkskrant van zaterdag – het verhaal geeft  mij de zekerheid dat zelfs die kruk fake is. Net als het gezicht van die andere vrouw, die andere powervrouw moet ik zeggen, die sinds vorige week haar eigen eenmalige blad heeft. Een poppenkop, als u mij niet kwalijk neemt, die ook nog eens duchtig door een handige kunstartiest door de Photoshopmangel is gehaald.

Rita en Marijke.

Is dit alles dat de twaalfde feministische golf heeft opgeleverd? Ja, met Ciska Dresselhuys erbij, natuurlijk.

Het verhaal over Rita, ruim een hele krantenpagina lang, en geen tabloid pagina, maar nog echt broadsheet, levert voornamelijk de conclusie ‘ja, dat dacht ik al’ op. Het is een simpele registratie van wat er gebeurt op een aantal avonden met ‘de mensen in het land’ waaruit je ook meteen begrijpt waarom er een doorzichtige smoes moest worden verzonnen om ermee te stoppen.

De mensen in het land kunnen Rita namelijk óók niet vertellen hoe de files opgelost en de moslims op een lek schip de Noordzee op gestuurd moeten worden. Dat is de makke van ‘de mensen in het land’: als die wisten hoe er geregeerd moest worden, dan had je geen regering nodig die het allemaal voor de mensen mag bedenken. Al lezend ga je beseffen dat je eigenlijk wilt dat het one man (m/v) one vote-systeem afgeschaft wordt en vervangen door een stelsel waarin de kiezers eerst voor een zwaar examen staatsinrichting, geschiedenis en politicologie moeten slagen, alvorens hij/zij het stemhokje mag betreden.

08062008marijke Aldus verrijkt wend ik mij tot Marijke. Die mag ook nog niet stemmen, trouwens. Ter introductie van het blad zat ze vorige week nog even bij KB – ik herkende haar even niet. Maar mevrouw is tegen de zestig, en het was laat op de avond en live Photoshoppen moeten we nog uitvinden. Dus toen leek ze absoluut niet meer op de foto’s in de Marijke – die trouwens onthullen dat ze onder al dat moois ook nog een onvolgroeid kinderlichaam heeft.

De kern van het blad wordt gevormd door interviews met dames die door Marijke ‘powervrouwen’ worden genoemd – en die interviews heeft ze gelukkig zelf niet geschreven. De belangrijkste boodschap: Marijke heeft zich eigenlijk zeer bescheiden bediend in de cosmetische supermarkt van dokter Schoemaker. Het meeste is gedaan tussen 1993 en 1998 – de lippen, de ogen, de gezichtshuid, de borstvergroting – en sinds 2001 krijgt ze alleen nog maar geregeld een shot botox tussen de wenkbrauwen. Op de volgende pagina van het blad staat voor de zekerheid een opsomming van wat dokters winkeltje daarnaast nog allemaal kan: dik veertig ingrepen, waarvan ik noem de tepelhof- en de bilplooicorrectie.

Zelfs Djamila, die Marijke altijd wel schattig vond, legde het blad na lezing enigszins gemelijk terzijde.

‘Wat een flauwekul,’ zei ze. En zo is het maar net. In beide gevallen.

__________________

De bovenste foto is een deel van de foto die bij het genoemde artikel in de Volkskrant stond; de onderste een deel van de cover van de Marijke Helwegen-glossy.

vrijdag 6 juni 2008

Analyse van een strategie

‘Zeg jongens, het is een beetje stil rond de campagne. Kunnen we daar niks aan doen?’

‘We kunnen kijken of KB je wil hebben.’

‘Koninklijk Besluit.’

‘Nee, joh. Knevel en Van de Brink.’

‘Ja, en dan? Daar kijkt toch geen hond naar?’

‘Tuurlijk. We moeten dus iets verzinnen dat blijft leven, na de uitzending.’

En het duurde niet lang of Kai deed een gouden vondst.

‘Je hangt een verhaal op dat je niet meer beveiligd wordt.’

06062008verdonk Rita dacht er een minuut of tien over na, en begon toen helemaal te stralen. Voor zover dat gaat met dat satanische uiterlijk, natuurlijk. ‘Geweldig. Dat is een thema voor de hele campagne, tot en met de verkiezingen! Ik word niet beveiligd, ik voel me bedreigd, de regering wil niets voor me doen in de hoop dat ik vermoord word, en de kiezers stromen massaal toe. Ik verzin wel iets over mannen met stokken in Leeuwarden en moslimmannen die mijn tuin opmeten en films maken van mijn huis.’

Even viel er een stilte. ‘Zouden ze daar echt in trappen? Ik bedoel, als er al moslims zijn die je thuis willen vermoorden, dan doen ze dat toch niet zo opzichtig? Verkleed als moslimman?’

‘Jongen, waar ben je de laatste tijd geweest? De mensen stinken toch overal in? Je hoeft onze achterban al helemaal niks meer wijs te maken over moslims. Een piraat heeft een ooglap en een houten been, weet je nog wel? En als ik vertel dat er kerels met baarden en jurken in de buurt van mijn huis rondscharrelen, zien ze het helemaal voo